Op het eerste gezicht lijkt het bijna absurd. Er woedt een oorlog in Iran, de oliemarkt is nerveus, de Straat van Hormuz blijft een geopolitiek kruitvat en toch blijven aandelenmarkten opmerkelijk goed liggen. Sommige indices stijgen zelfs alsof er niets aan de hand is. Voor particuliere beleggers voelt dat verwarrend aan, want in het dagelijkse nieuws overheersen risico’s: dure energie, militaire escalatie, inflatievrees en onzekerheid over de wereldeconomie. Toch reageren financiële markten niet altijd zoals het buikgevoel verwacht. Beurzen kijken niet naar de ernst van het nieuws op zich, maar naar de vraag of de werkelijkheid beter of slechter is dan wat eerder al in de koersen zat. En precies daar zit de sleutel: beleggers hadden een rampscenario gevreesd, maar zien voorlopig vooral een schok die ernstig is, maar mogelijk beheersbaar blijft.
De markt prijst niet de oorlog, maar de verwachte afloop
Een van de grootste misverstanden over de beurs is dat koersen rechtstreeks reageren op goed of slecht nieuws. In werkelijkheid reageren ze vooral op verrassingen. Als iedereen een escalatie verwacht, olie op 130 dollar vreest en rekening houdt met een langdurige blokkade van belangrijke vaarroutes, dan kan zelfs een gespannen maar stabielere situatie als opluchting worden gezien. Dat verklaart waarom aandelen kunnen stijgen terwijl de krantenkoppen nog altijd donker kleuren.
De voorbije dagen draaide veel marktcommentaar rond de hoop dat de Verenigde Staten en Iran richting een akkoord of minstens een vorm van de-escalatie bewegen. De oliemarkt bleef bijzonder volatiel, maar het feit dat Brent crude opnieuw rond of onder de psychologisch belangrijke grens van 100 dollar per vat kon zakken, gaf beleggers ademruimte. Dat betekent niet dat het risico verdwenen is. Het betekent wel dat de markt tijdelijk minder bang is voor het meest schadelijke scenario: een langdurige verstoring van de oliestromen door de Straat van Hormuz.
Die Straat van Hormuz is cruciaal, omdat een groot deel van de wereldwijde olie- en gasstromen via die route passeert. Elke dreiging daar werkt bijna onmiddellijk door in energieprijzen, transportkosten en inflatieverwachtingen. Maar zolang scheepvaart en export niet volledig en langdurig stilvallen, blijven veel beleggers geloven dat de economische schade beperkt kan blijven. De beurs koopt dus niet “vrede”, maar ze koopt de mogelijkheid dat de oorlog geen volledige energiecrisis wordt.
Daarbij komt dat markten vooruitkijken. Aandelenkoersen weerspiegelen niet alleen wat vandaag gebeurt, maar vooral wat beleggers verwachten voor de bedrijfswinsten van morgen. Als de consensus wordt dat de olieschok tijdelijk is, dat bedrijven hun marges redelijk kunnen beschermen en dat consumenten niet volledig dichtklappen, dan kunnen aandelen stijgen ondanks een zwaar geopolitiek decor. Dat voelt koud en afstandelijk, maar zo werkt de beurs nu eenmaal: ze is geen morele graadmeter, maar een prijsmechanisme.
Niet elk beursbedrijf lijdt onder dure olie
Een tweede reden voor de stijgende beurzen is dat “de beurs” geen perfect beeld geeft van “de economie”. Grote indices worden vandaag sterk gedragen door technologiebedrijven, AI-spelers, halfgeleiderbedrijven, softwaregroepen en grote platformbedrijven. Die ondernemingen zijn niet immuun voor een olieschok, maar ze zijn vaak minder direct afhankelijk van brandstofprijzen dan luchtvaartmaatschappijen, transportbedrijven, chemiebedrijven of industriële groepen.
Daardoor kan je een merkwaardige spreidstand krijgen. Aan de ene kant voelen consumenten duurdere benzine, diesel, kerosine en gas vrij snel in hun portefeuille. Aan de andere kant kunnen grote beursindices blijven stijgen omdat enkele zwaargewichten sterke winstgroei laten zien of profiteren van structurele thema’s zoals kunstmatige intelligentie, cloudinfrastructuur en automatisering. De index stijgt dan, terwijl onder de motorkap lang niet alle aandelen meedoen.
Ook energiebedrijven en grondstoffenspelers kunnen in zo’n omgeving juist profiteren. Shell, BP en andere grote olie- en gasgroepen zien hun handelsactiviteiten, raffinagemarges of upstreamwinsten vaak verbeteren wanneer olieprijzen sterk bewegen. Banken en grondstoffenhandelaars kunnen eveneens voordeel halen uit meer volatiliteit. Dat maakt de reactie van de beurs minder eenduidig dan ze op het eerste gezicht lijkt. Een olieschok is slecht voor sommige sectoren, maar positief voor andere.
Voor beleggers is dat belangrijk. Wie alleen naar de stand van de S&P 500, Nasdaq of Euro Stoxx kijkt, ziet misschien een rustige of zelfs optimistische markt. Maar wie dieper kijkt, ziet vaak grote verschillen tussen sectoren. Energie, defensie, grondstoffen en bepaalde financiële spelers kunnen profiteren van onzekerheid, terwijl consumentenaandelen, luchtvaart, logistiek en rentegevoelige bedrijven onder druk kunnen staan. De headline-index verbergt dus veel nuance.
Daar komt nog een psychologisch element bij: beleggers zijn de voorbije jaren gewend geraakt aan het idee dat elke geopolitieke correctie uiteindelijk een koopkans kan worden. Dat hoeft niet altijd te kloppen, maar het beïnvloedt wel het gedrag. Zodra olie iets terugvalt of diplomatieke signalen opduiken, stappen kopers snel opnieuw in. Niemand wil de volgende herstelrally missen.
Renteverwachtingen, liquiditeit en FOMO blijven krachtige motoren
De derde grote verklaring zit bij de centrale banken. Een olieschok is op korte termijn inflatoir: energie wordt duurder, transportkosten stijgen en bedrijven kunnen hogere kosten doorrekenen. Normaal is dat slecht nieuws voor aandelen, omdat centrale banken dan minder ruimte hebben om de rente te verlagen. Maar de situatie is dubbelzinnig. Als dure olie tegelijk de groei afremt, kunnen beleggers juist gaan speculeren dat centrale banken later toch moeten versoepelen om een recessie te vermijden.
Die redenering is riskant, maar ze speelt wel mee. Aandelen, en zeker groeiaandelen, zijn gevoelig voor renteverwachtingen. Als beleggers geloven dat de piek in de rente nabij is of dat toekomstige renteverlagingen opnieuw dichterbij komen, krijgen waarderingen steun. Dat geldt vooral voor bedrijven waarvan een groot deel van de verwachte winst verder in de toekomst ligt, zoals technologie- en AI-bedrijven.
Daarnaast is er nog altijd veel liquiditeit in het financiële systeem. Professionele beleggers die te defensief gepositioneerd zijn, lopen het risico achter te blijven op hun benchmark. Wanneer markten blijven stijgen, ontstaat er druk om toch mee te kopen. Dat mechanisme heet vaak FOMO: fear of missing out. Het klinkt wat populair, maar in institutionele portefeuilles is het zeer reëel. Een fondsbeheerder die te veel cash aanhoudt terwijl de index stijgt, moet dat uitleggen aan klanten.
Ook shortposities kunnen stijgingen versterken. Wanneer beleggers die op een daling hebben ingezet hun posities moeten sluiten, moeten ze aandelen terugkopen. Dat kan een rally extra zuurstof geven, zelfs wanneer het fundamentele nieuws niet echt positief is. In onrustige markten kan zo’n technische dynamiek bijzonder krachtig zijn.
Toch is voorzichtigheid geboden. De huidige beursrally rust op enkele kwetsbare aannames. De eerste aanname is dat de olieprijs niet langdurig ontspoort. De tweede is dat de oorlog in Iran niet uitgroeit tot een bredere regionale crisis. De derde is dat centrale banken voldoende manoeuvreerruimte behouden. De vierde is dat bedrijfswinsten sterk genoeg blijven om hoge waarderingen te rechtvaardigen. Als een van die aannames breekt, kan het sentiment snel draaien.
Wat betekent dit voor beleggers?
De belangrijkste les is dat stijgende beurzen niet automatisch betekenen dat de risico’s verdwenen zijn. Ze betekenen alleen dat beleggers op dit moment bereid zijn om door de risico’s heen te kijken. Dat kan rationeel zijn als de olieschok tijdelijk blijkt en de geopolitieke schade beperkt blijft. Maar het kan ook te optimistisch blijken als de energieprijzen opnieuw stijgen, de inflatie hardnekkiger wordt of de oorlog zich uitbreidt.
Voor langetermijnbeleggers is dit een moment om niet blind achter de markt aan te lopen, maar ook niet paniekerig alles te verkopen. Spreiding blijft cruciaal. Portefeuilles die te zwaar leunen op één thema, bijvoorbeeld AI of Amerikaanse megacaps, kunnen kwetsbaar worden als de markt plots van stemming verandert. Tegelijk kan een zekere blootstelling aan energie, kwaliteitsbedrijven, defensieve sectoren en cashachtige instrumenten nuttig zijn om schokken op te vangen.
De beurs stijgt dus niet omdat de oorlog in Iran onbelangrijk is. Ze stijgt omdat beleggers voorlopig geloven dat de gevolgen beheersbaar blijven, dat diplomatie nog een rol kan spelen en dat andere krachten sterker zijn: winstgroei, AI, liquiditeit, renteverwachtingen en de zoektocht naar rendement. Dat is geen garantie dat de rally blijft duren. Het is wel een verklaring waarom de markt zich soms los lijkt te koppelen van het nieuwsbeeld.
Wie vandaag belegt, moet daarom twee gedachten tegelijk kunnen vasthouden. Ja, de stijging van de beurzen heeft een logica. Maar nee, dat maakt de markt niet goedkoop of risicoloos. In periodes van geopolitieke stress is de kloof tussen opluchting en paniek soms flinterdun. Zolang olie stabiliseert en beleggers vertrouwen houden in een diplomatieke uitweg, kunnen aandelen blijven stijgen. Maar als de olieschok opnieuw verdiept, kan hetzelfde mechanisme ook snel in de andere richting werken.
Bronnen
- Reuters – Oil prices slide on reports US and Iran are nearing peace agreement
- Euronews – Brent crude below $100 as markets rise on Hormuz hopes
- European Central Bank – The new energy shock: economic scenarios and policy
- Reuters – Iran price shock highlights limits of inflation-linked bonds
- Reuters – Macquarie profit beats forecast on commodity and trading boost
- The Guardian – Oil prices fall as Trump says Strait of Hormuz open to all if Iran accepts deal
